X
info@arkade.nl

Hoe werkt het?

Een duidelijke instructie voor de leerkracht.

Doelen

De bedoeling van Boer in de buurt is:

– dat leerlingen zo zelfstandig mogelijk een vooronderzoek doen naar belangrijke thema’s voor boeren en tuinders.
– dat leerlingen zich voorbereiden op een bezoek aan een agrarisch bedrijf in de buurt.
– dat ze daar een gesprek met de boer, boerin of tuinder kunnen voeren over ethische en/of levensbeschouwelijke dilemma’s waar de boer of tuinder mee te maken krijgt.

Een ‘agrarisch bedrijf’ kan zijn: een veeteeltbedrijf, een bollenbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een glastuinbouwbedrijf, een fruittelersbedrijf, een pluimveebedrijf, een zorg- of kinderboerderij, noem het maar op.

Er zijn scholen die al vaste contacten met een agrarisch bedrijf hebben. Dan is er al een mooie ingang. Met het materiaal van Boer in de buurt wordt het bezoek aan dat bedrijf waarschijnlijk nóg leerzamer.

‘In de buurt’ wil zeggen: op fietsafstand van de school.

Onze veronderstelling is dat er dicht in de buurt van iedere school in Nederland wel een agrarisch bedrijf te vinden is.

Echter, niet alle agrarische bedrijven staan altijd open voor een bezoek van een schoolklas.

Op de website van Boer in de buurt vindt u agrarische bedrijven die zeker wel open staan voor bezoek van scholen.

 

Planning/tijdsbestek & Benodigdheden

Voor het werken met Boer in de buurt zijn vier lessen nodig.

1. Klassikale les van ca. 30 minuten.

U introduceert het onderwerp en het programma en onderzoekt samen met de leerlingen welke agrarische bedrijven er zijn in de buurt van de school en welke geschikt zijn voor een bezoek.

Na deze les verdeelt u de klas in groepjes.

U kunt vier groepen maken, voor ieder thema een groep. Of acht groepen: voor ieder thema twee groepen.
U kunt ook besluiten om maar één of twee thema’s te onderzoeken, door één of meerdere groepjes leerlingen per thema.

2. Eén zelfstandig werken-les van ca. 45 minuten.

De kinderen doen in groepjes een vooronderzoek naar één van de vier thema’s. De thema’s zijn:
– boer & groeien: over de kringloop of levenscyclus van planten en dieren en hoe de boer of tuinder daar op inspeelt;
– boerenwerk: over de inspanningen die een boer of tuinder moet leveren en wat hij daar voor terug krijgt;
– welzijn: over het omgaan met dieren en planten, die zowel productiemiddel zijn als levende natuur;
– de omgeving: over de verhouding van het boerenbedrijf met de natuurlijke omgeving, de dieren die daar leven en de mensen die daar recreëren.

De opbrengst van deze les is dat ieder groepje een aantal gespreksvragen voor de boer, boerin of tuinder heeft, die ze graag aan hem of haar willen stellen. Het gaat dan niet zozeer om feitelijke of ‘technische’ vragen, over hoe de dingen precies in hun werk gaan. Maar meer om levensbeschouwelijke of ethische vragen. Agrarisch ondernemers willen graag met anderen in gesprek gaan over deze kant van hun werk.

3. Klassikale les van ca. 30 minuten.

Met de leerlingen zet u de vragen die de verschillende groepjes hebben verzameld op een rijtje. U denkt met de klas na over hoe de leerlingen met de boer, boerin of tuinder in gesprek gaan en bereidt de taakverdeling bij het bezoek voor.

4. Bezoek aan het bedrijf.

5. Presentatie.

U kunt er voor kiezen om nog een vijfde les te plannen na het bezoek aan het bedrijf. In deze les presenteren de groepjes leerlingen op de één of andere wat ze hebben gezien (foto’s!), gehoord en geleerd aan elkaar, aan andere klassen en aan ouders.

U kunt daar de boer, boerin of tuinder natuurlijk bij uitnodigen.

Benodigdheden

– De website van Boer in de buurt: vrij toegankelijk.

– Naast de website hebben leerlingen een werkboek nodig. Zonder dat werkboek gaat het niet.
Het werkboek is geheel of gedeeltelijk te downloaden vanaf de website.

 

boer in de buurt